Wales 2022

Alleen op pad, zoals het meisje op de ansichtkaart die ik van drie (!) verschillende mensen heb ontvangen met de begeleidende opmerking: dit ben jij. Een vrouw met een kompas, een kaart en een rugzak. Een hoofdband en een slaapzak. En iets van wandelmoed.

Ik neem de trein naar Wales. Daar stap ik uit en ik loop naar de eerste kampeerplaats. Het is bijna donker, de zon gaat onder. Mijn rugtas is zwaar, maar na een dag wachten op stations en zitten in treinen vol schoolreisjes-achtig enthousiasme, hebben mijn benen er zin in. Ze tillen mij en mijn tas van negentien kilo.

Weken eerder zat ik in mijn woonkamer op de grond – omringd door allemaal kampeerspullen. Ik wilde per se m’n fototoestel met twee lenzen meenemen en dat is zwaar, zo’n drieënhalve kilo. Dus de rest moest zo minimaal mogelijk. Maar ja, ik moet toch ergens in slapen. En ja, wat als het regent? En ja, een e-reader is ook wel fijn… En hoeveel liter water heb je nodig als je een hele dag wandelt?

Wie dag-tot-dag-beschrijvingen wil lezen van deze vakantie, kan het beste m’n Instagram-posts lezen van die tijd. Hier laat ik de mooiste platen zien en ik zal er af en toe wat bijzeggen.

Op de foto’s hierna zie je waar ik kampeer op dag twee: bij de ruïne van een abdij. In de ruïne is een restaurant met duizend soorten speciaalbier waarvan ik er één opdronk op de resten van het klooster. Magisch. Er is geen bereik, dus het is bier en m’n boek. En om me heen kijken, denken: ik ben in Wales.

Naast de historische site: een grasveld waar ik mijn tent op kan zetten.

En door. Van cultuur naar natuur: vandaag staan er heuvels op het programma. Ik heb m’n route grofweg uitgezet op de kaart, maar ik kijk of ik het daar nog steeds mee eens ben. En dan ga ik.

Hier lopen de dagen door elkaar heen, ik ga niet alles van dag tot dag vertellen. Maar wat ik wel kwijt wil: die huizen in Engeland. Zo mooi.

En dan maak ik een dagtocht – een rondje. M’n tent staat nog op de camping van die dag en ik ga met lichte bepakking op weg, van plan die avond weer terug te keren. Ik vertrek vroeg, want ik wil een lange afstand afleggen. Mijn doel: watervallen.

En water krijg ik. In eerste instantie niet in de vorm die ik verwacht had. Ik krijg het in de vorm van dauw en mist. Hoe verder ik wandel, hoe meer mist er is. Ik zie amper twee meter voor me uit. Is dit wel veilig? Kan ik verder gaan of moet ik terugkeren? Ik besluit door te gaan. Ik wandel over een bergpad, maar ik heb geen idee hoe het eruit ziet om me heen.

En dan zie ik ineens wél weer een stuk van m’n uitzicht. Meter voor meter komt tevoorschijn, de mist klaart op. Ik stop en ga zitten om dit fenomeen in me op te nemen. Ik sta op, loop rond, maak foto’s. Hier kan geen natuurfilm tegenop. Van dik grijs naar een prachtig uitzicht. De mist rolt, komt en gaat. Zoiets moois heb ik nog nooit gezien.

Ik kijk van de heuvelkam waar ik loop naar beneden. Zie je de foto hierboven? Dat zag ik. Er meandert een rivier in het dal. Ik weet dat ik daar vanmiddag loop – daar gaat m’n terugweg. Dat weten voelt surrealistisch. Het ziet er nu zo klein uit,  zo van boven, als een beeld van een drone. En straks kan ik er het water aanraken en de grassprieten zien.

Maar eerst: afdalen naar de watervallen. Tientallen zijn het er – en er is geen mens in de buurt. Allemaal zijn ze anders, breed, hoog, beschut, vrij. Ik zie een mooie en ik besluit een douche te nemen.

En dan ben ik er: in de vallei waar ik net op uitkeek. Zo ziet het gras er dus uit – en het water. Ik voel me klein, zo in dit dal. Ik ben de enige die er loopt ook.

En dan lopen de dagen weer door elkaar heen, denk ik. Ik fotografeer mooie, Engelse ramen-met-rozen en heel veel heuvels. Ik vind het zo mooi hier.

Dit is m’n rugzak op de dag dat ik een taxi neem naar de volgende camping. M’n wandelschoenen eraan gebonden – mijn lichte hardloopschoenen aan. Ik heb gisteren dertig kilometer gewandeld met zo’n twaalfhonderd hoogtemeters. Vandaag doe ik rustig aan.

Deze plek komt denk ik in de top tien van mooiste plaatsen waar ik m’n haringen de grond in heb geslagen. Als ik wakker word, zie ik Pen Y Fan, één van de bekendste toppen in de Brecon Beacons. Oh – en ik hou van de grassen op deze camping. Klavers, paardenbloemen, allerlei grassoorten.

Deze foto maak ik omdat ik deze grassprieten iets van kwetsbaarheid vind laten zien. Hoe ze op elkaar leunen, ik weet het niet.

M’n laatste wandeldag gaat over vlaktes en ik vind het prachtig. Een soort lieve grande finale. Een nawoord. Een zachte afsluiting van: hé, je gaat weer naar Nederland.

Ik verkoop deze natuurfoto’s ook voor thuis aan de muur. Dus als je zegt: ik zie een mooie foto en daar wil ik thuis wel langer naar kijken, zoek dan gerust eens rond in één van m’n webwinkels (deze of deze). Staat jouw lievelingsfoto er niet bij? Stuur me een berichtje. 

Gewandelde routes + trailruns:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Further Projects